Waarom oude fruitbomen opnieuw hun plek vinden in het hedendaagse tuinontwerp
Er is de afgelopen twee decennia veel gewonnen met de strakke tuin. Rechte lijnen, grote vlakken, een beperkt plantenpalet, materialen die de architectuur van de woning doorzetten tot achter in de tuin. Het resultaat is rust, en rust is zeldzaam.
Maar een tuin die op de dag van oplevering af is, is daarna niet veel meer dan onderhoud. En juist dat begint te wringen. In de ontwerpen die wij het afgelopen jaar voorbij zagen komen, keert iets terug dat lang uit de hoogwaardige tuin verdwenen was: de productieve beplanting. Niet als moestuinbak achterin, maar als volwaardig onderdeel van het ontwerp.
De fruitboom staat daarbij vooraan.
Geen trend, maar een herontdekking
Wie denkt dat dit nieuw is, hoeft alleen maar naar de Nederlandse buitenplaatsen te kijken. Op vrijwel elk landgoed lag achter de ommuurde moestuin een boomgaard, en tegen de warmste muur stond leifruit in zorgvuldig onderhouden vormen: perziken, abrikozen, peren. Dat was geen hobby. Het was een onderdeel van het ontwerp waar de tuinbaas zijn reputatie mee verdiende.
Die traditie verdween in de twintigste eeuw, toen fruit goedkoop werd en de siertuin en de nutstuin uit elkaar groeiden. Wat nu terugkeert, is het inzicht dat die scheiding nooit noodzakelijk was.
Leifruit als bouwkundig element
Het meest overtuigende argument voor fruit in een ontworpen tuin is niet de oogst maar de lijn.
Een geleide perenboom tegen een gevel is in feite tekenwerk. Een palmetvorm met vier horizontale etages, een U-vorm die een raamopening omlijst, een enkelvoudige snoer die als horizontale band een lange muur verdeelt: dit zijn architectonische ingrepen, uitgevoerd in levend materiaal. Ze nemen in de diepte veertig centimeter in beslag en veranderen een blinde gevel in iets waar het hele jaar iets gebeurt.
In de winter ziet u de constructie: het kale houtskelet tegen het metselwerk, scherper dan welke klimplant ook. In april verdwijnt die onder de bloesem. In september hangt er fruit aan.
Het vraagt wel iets terug. Leifruit is de meest onderhoudsgevoelige vorm die er bestaat: twee keer per jaar snoeien, en die zomersnoei in augustus kunt u niet overslaan zonder dat de vorm binnen drie jaar verloren is. Dit is beplanting die om een hovenier vraagt, niet om een tuinman.
De solitair
Waar ruimte is, doet de hoogstam iets wat geen enkele sierboom evenaart.
Oude appelboom als solitair in een gazon, met een stam van twee meter en een kroon die na twintig jaar acht meter breed is: dat is de maat waarop een tuin kantelt van aangelegd naar vanzelfsprekend. Oude appelboom-rassen op een sterke onderstam worden zestig tot tachtig jaar oud en ontwikkelen met de jaren de grillige, zware takstructuur die jonge bomen nu eenmaal niet hebben.
Dat is precies het punt waarop de meeste luxe tuinen tekortschieten. Alles kan worden gekocht: de bestrating, het staal, de verlichting, zelfs een volwassen boom uit de boomkwekerij. Wat niet gekocht kan worden is de verhouding tussen een boom en de plek waar hij is opgegroeid. Een boom die er dertig jaar staat, ziet eruit alsof het huis om hem heen is gebouwd.
Waarom een oude appelboom?
Er zijn ruim duizend appelrassen in Nederland beschreven en de supermarkt voert er vijf. In de tuincentra ligt het niet veel anders: een handvol moderne rassen op zwakke onderstam, geselecteerd op uniformiteit en houdbaarheid.
Oude fruitbomen zijn een andere categorie. Een Notarisappel, een Zoete Ermgaard, een Dubbele Bellefleur of een Groninger Kroon: deze rassen hebben eigenschappen die in de moderne teelt zijn wegveredeld omdat ze commercieel onhandig zijn. Een appel die pas in december op smaak komt is niets waard in een distributieketen, maar in een kelder is hij precies wat u zoekt.
De parallel met de rest van een goed huis dringt zich op. U kiest een keuken van een meubelmaker in plaats van uit het schap om dezelfde reden: herkomst, karakter, en het feit dat niet iedereen hem heeft.
Het seizoen begint nu
Praktisch gezien is dit het moment. Fruitbomen worden van oktober tot maart met kluit geleverd, midden in de rustperiode. Dat is niet alleen aanzienlijk voordeliger dan een containerboom, het geeft ook een beter wortelgestel, omdat de boom zijn wortels in uw grond ontwikkelt in plaats van in potgrond.
Drie overwegingen voordat u bestelt. Bepaal eerst de stamvorm, want die bepaalt de uiteindelijke maat en is achteraf niet te corrigeren. Vraag vervolgens naar een geschikte bestuiver: de meeste appel- en perenrassen zijn niet zelfbestuivend en hebben een tweede boom met overlappende bloeitijd nodig. En laat ten slotte de grond controleren op verdichting als er de afgelopen jaren is gebouwd. Een plantgat in samengeperste ondergrond kost u de boom, meestal pas in het derde jaar.
Plant u deze winter, dan bloeit uw tuin in april voor het eerst. De rest komt met de tijd, en dat is nu juist het hele idee.
